Jacques Rutten;     Nr 232.  28-04-1744   RAL, Schepenbank Helden, inv nr 27 dl II, blz 151

tekst in blauw geeft links aan naar onderliggende bladzijden


 
Huwelijksvoorwaarden voor Wilm Tulmans X Aldegunda Comans
 
In den naeme der Heyliger Dryvuldigheyt amen.
Kondt ende kennelijck sij een ieder openbaer, dat op heden den 28 april 1744, voor mij ondergeschreven secris ende getuygen sijn gecompareert Wilm Tulmans als toekomende bruydegom, geassisteert bij Michiel Droesen, ende Aldegunda Comans als toekomende bruyt, geassisteert bij haeren vader Seger Comans, welcke hebben elck van hun beyde beyde begeert te concipiëren ende onderlinge te sluyten in den naeme des Heeren ende ter eeren Godts een toekomende houwelijck, ende dat naer het gebodt des Heeren te solemniseeren.
Ende om te verhoeden alle questiën ende geschillen die naermaels tusschen de kinderen van den eersten aflijvigen ofte langhstlevende soude mogen voorvallen ofte spruyten, hebben uyt goeder ende voorsieniger deliberatiën ende uyt haer lieder vrijen wille, gemaeckt, geordonnneert ende gesloten, maecken, ordonneeren ende sluyten dese contract ofte houwelijckse voorwaerde inder manieren als volght:
In den eersten is versproocken dat den soon Marten Tulmans van sijnen vader als bruydegom ende van de bruyt sal hebben ende profiteeren vier malder roggen. Ende als wanneer Marten tot staet mochte komen ofte als hij des van noode heeft, sullen sij toekomende bruydegom ende bruyt hem geven een fatsoenelijcke koeye ende een verdel speck.
Item maecken ende ordonneeren aen de dochter Lysbet Tulmans een bedde met sijn toebehoor, een koeye als sij sulx noodigh sal comen te hebben.
Item maecken ende ordonneeren voor des bruydegoms soone Peter Tulmans ende sijne dochter Wilmke Tulmans vijffenseventigh guldens Ruremunts geldt, welcke den bruydegom ende bruyt aen haer sullen geven als sij deselve van noode sullen hebben. Ende noch vijff rixdaeler ende twee schillingen aen Wilmke voorss, die den bruydegom aen haer schuldigh is.
Item sullen de kinderen Ursula ende Alitgen hebben ende profiteeren van den bruydegom ende bruyt voorss haer moeders kyste met een rijlijff met mouwen, een bruyn rockxke, haer falie, een swart lijffke met een swarte schort.
Noch maecken ende ordonneeren sij toekomende eheluyden voor de soonen Tulmen ende Jan Tulmens, als wanneer sij van haer vader willen trecken om uyt gaen te woonen ende haeren kost te verdienen, dat ieder der lestgemelte soonen sal hebben vier schaepen, ende met haer beyde een kyste.
Ende bij aldien den bruydegom sonder lijffs erven bij de bruyt verweckt te hebben quaeme afflijvigh te worden, alsdan sal de bruyt met de helliffte der gereede goederen te vreden moeten wesen.
Verders is versproocken dat van de schuyr tot koree(?) een huys getimmert moet worden, desen tijdt, dat den bruydegom ende bruyt op hunne kosten moeten timmeren, nochtans het hout daer toe te gebruycken dat op die plaets ofte erff aldaer is, ofte staet, waer voor sij sullen hebben ende profiteeren eenen eyckenboom, staende achter deselve schuyr, om daer mede te doen wat hun belieft.
Welcke puncten ende artyckelen den bruydegom ende bruyt te samen ende elck van hun besonder hebben toegestaen voorss het geene voorss vast ende onverbreckelijck te houden ende te volbrengen. Aldus gedaen ende gepasseert ten overstaen vande ondergess tot Helden, den 28 april 1744 als voor. Onderstont:  Wilm Tulmans;  dit ist hantmerckt @ van Aldegunda Comans;  dit ist hantmerckt III van van Marten Tulmans;  dit ist hantmerckt + van Lysbet Tulmans;  dit ist hantmerckt + van Peter Tulmans;  Seger Comans;  Michiel Droesen als getuygen.
en was onderteeckent      Quod attestor P. Jurgens,  secretaris
                                      T'accordeert bij mij P. Jurgens, secris