Jacques Rutten;     18-03-1758   RAL, Schepenbank Helden, inv nr 29, blz 195

tekst in blauw geeft links aan naar onderliggende bladzijden


 
Lening tbv van de voorkinderen
In marge: Obligatie. Matthijs Dircx en Agnes Timmermans ehel, nahmens de kinderen van Hend Neessen, verbonden voor 200 gl Rurem, 2Ĺ morgen bouw- en weylandt, item Ĺ  morgen bouwlandt, item 3/8  morgen bouwlandt, ten behoeve van Anthoni en Maria Verdeuseldonck
Compareerden voor ons Michiel Smolders scholtis, Dirck Gommans ende Thomas Wynckens beyde schepenen des gerichts ende Heerlijckheyt Helden, Matthijs Dirix als man van Agnes Timmermans wede van Hendrick Neessen slgr, in  naeme van haere kinderen met gemelte Hendrick Neessen in houwelijck sijnde verweckt. De welcke hebben verclaert, hoe dat bij scheydinge en deylinge tusschen de respe (respective) broeders en susters van meergemelten Hend. Neessen desselfs goet is beswaert gebleven met eene uytgulde ter somme van dryhondert guldens Ruremundts ten behoeve van Beatrix Neessen respe suster van Hend Neessen, als sijnde geweest haere legitime portie bij afsterven van hunne respe vader ende moeder gedevolveert.
Isset soo dat de voorss Beatrix Neessen is aflijvigh geworden, achterlaetende eenige schulden. Welcke schulden de comparanten in name als vooren ende de verdere erfgen waeren genootsaeckt uyt de voorss capitale somme te rembourseeren, tot welcke rembourseringe de comparanten in name van haere meergemelte kinderen hebben opgenomen van Thoni ende Maria Verdeuseldonck eene somme van tweehondert guldens Ruremundts (in plaetse van de voorss 300 guld Ruremondts) den pattn ŗ 75 st Cleefs gerekent, uyt welckers overreste de respe deelhebberen van de naerlaetenschap van Beatrix Neessen, naer aftreck van dessens naergelaetene schulden, door de comparanten nahmens haere onmundige kinderen sijn uytgegolden, blijvende als nu de totale patrimoniale erfgoederen ten behoeve der kinderen bij Hend Neessen naergelaeten, gelijck de comparanten voor ons hebben verclaert.
Voor welcke voorss somme van tweehondert guld capital sij comparanten in  name van haere meergemelte kinderen beloven jaerlijcx ende ten allen jaeren te betaelen vier dergelijcke gulden van 't hondert. Sullende d'eerste jaerrenthe verschijnen den eersten  november een duysent sevenhondert achtenvijftigh. Ende soo voorts van jaer tot jaer daerinne te continueren tot de effective aflossinge toe, de welcke ten allen tijden sal mogen geschieden ende de comparanten vrij staen, mits doende dry maenden voor den vervalsdagh de behoorlijcke opcondinge. Stellende voor de betaelinge der voorss somme van tweehondert guld capital ende te verloopenen intressen van dyen tot een special en wettigh onderpandt ongevheer twee en eenen halven morgen wey- en bouwlandt gelegen aen Paeningen, eensijde nevens d'armen alhier, andersijde Dirck Slots, voorhoofden 't Conincx nieuw ende de wede Dries Heynen. Item Ĺ morgen bouwlandt, tusschen Thoni Verdeuseldonck, 't een voorhooft aen de wede Dries Heynen. Item ongevheer een en een half vierdel bouwlandt gelegen eensijde nevens Hend Hesen andersijde de wede Dries Heynen, voorhoofden Joannes Daniels, 't ander aen 't mistweeghsken. Vrij en onbeswaert soo de comparanten voor ons hebben verclaert, dan alleen de dorps loopende lasten van beden en subsidiŽn, om in cas van misbetaelinge soo de capitale somme als verloopene intressen van dyen daer aen te verhaelen, gelijck voor schult met alle rechten overwonnen, renuntiŽrende de comparanten in naeme als vooren op alle exceptiŽn, privilegiŽn ende beneficiŽn waer mede de selve hun eenigsints souden connen bedienen, ende besonderlijck op de regul rechtens dicterende dat generale renunciatie niet en is van waerde, ten zie speciale voorgaed.
In oirconde van waerheyt soo hebben wij scholtis ende schepenen dese, beneffens onsen secris, eygenhandigh onderteeckent tot Helden, den 18 marty 1758.
Onderstondt: M. Smolders; Dierick Gommans; T. Wynckens; H.T. Cuypers secris.
                                                           Accordeert bij mij, H.T. Cuypers secris

 

 
 

Eerst heeft Hendrick Neessen dus goederen waar zijn zus Beatrix voor 300 gl in  gerechtigd is. Na haar dood moeten de 300 gulden met de andere broers en zussen van Beatrix gedeeld worden en haar schulden moeten worden afgelost. Daarvoor nemen Mathijs en Agnes 200 gulden op, waarmee de broers en zussen worden uitgekocht en ook de schulden worden betaald. Deze schuld komt ten laste van de kinderen van Hendrik Neessen en Agnes. De goederen zijn immers ook bestemd voor die kinderen.