Jacques Rutten;    02-10-1730  RAL, Schepenbank Helden, inv nr 28,  blz. 376

tekst in blauw geeft links aan naar onderliggende bladzijden


 
Deling erfgenamen van Derick Knippenbergh
 
Op heden dato onderss soo hebben Thomas Knippenbergh, Jan Knippenbergh, Coen Nielen en Marten Gommans als beyde vereede momboirs voor Martyna van Stralen, met vriendelijckheden en voorsienigen raede bij hun te vooren daer over gehadt, gescheyden ende gedeelt alle alsulcke gereede en ongereede goederen, renten als hun te samen toekomen ende op hun lieden verstorven sijn bij de doodt ende aflijvigheyt van Derick van Knippenbergh ende Joanna Zeetsen salr gewesene eheluyden.
 
In den eersten is gesteldt dat Jan en Thomas Knippenbergh sullen hebben alle gereede en ongereede goederen bij haeren vader Derick van Knippenbergh beseten, uytgenomen de vier hondert guldens hier naer volgende, en aengaende de twee en sestigh en guldens tot Neer, en vijfenseventigh guldens tot Bree, en vijfenseventigh guldens tot Meijel, sullen gelijckelijck gedeelt worden als volght.
 
Waer tegens Martijn van Stralen sal hebben vier hondert guldens Ruremunts geldt, staende tot laste van de erffgenamen van Peter Gommans alias Hasen.
 
Item sullen de erffgenamen te weten Thomas, Jan ende Martijn voorss te samen trecken ofte hebben twee en sestigh en eenen halven gulden staende tot laste van Arnoldus Heynen erfgenamen tot Neer. Item vijffenseventigh guldens staende tot laste van Jan Engelen tot Meijel, ende vijff en seventigh guldens tot Bree bij de erffgenamen van Peter van Wis. Welcke dry lestgenoemde sommen met den verloopen intrest van dien sij te samen sullen profiteeren, ieder de derde part.
Des moeten sij oock te samen de schulden betaelen die tot dato deses worden bevonden van schat, paght als andersints. Ende alle paghten die naer dato deses vervallen, sullen Jan ende Thomas betaelen, ende den schat tot nieuw jaer toe te samen betaelen, maer Martijn sal profiteeren den intrest van de vier hondert guldens voorss, wat tzedert den lesten vervalsdag is verloopen. Des profiteeren Jan en Thomas het geene meer te beuren ofte te ontfangen is.
Verders is gesteldt dat de momboirs van Martijn de hellifte van hun derde part der schulden voorss aen Jan en Thomas voornoemt toekomende alle heyligen sullen avancieren ofte betaelen, ende de resterende hellifte eerstvolgende paessen. Des sullen Jan en Thomas verobligeert sijn te geven quitantie en ontlastinge van alle schulden aen Martina voorss. Verders de onkosten van dese scheydinge en deylinge en gerichtelijcke approbatie te samen te dragen.
Aldus gedaen en gepasseert ten overstaen van de ondergess tot Helden, den 2 october 1730.
Onderstondt: Thomas van Knippenbergh; Jan van Knippenbergh; Coen Nielen als momboir; Marten Gommans als momboir; Peter Jurgens secris.
                        T'Accordeert bij mij, Peter Jurgens secretaris
 
 
 
 
 
 
 zie ook volgende document: